8 februari 2010 

Op de een of andere manier zat deze single al maanden rond te spoken in mijn muziekspeler, maar afgezien van de diepzwarte hoes met de X ben ik nooit eens aan het afspelen gekomen. Toen ik het hoorde dacht ik dat ik toch onder een steen moet hebben gelegen om dit te missen.
The XX is echt een goed bandje. Ze brengen een geluid voort dat je niet verwacht als je ze ziet en het straalt allemaal wat exentriciteit uit, inclusief de naam van hun platenmaatschappij Young Turks Records.

Maar dat rifje slaat echt alles, geweldig om naar te luisteren.

Categorie: Bookmark | Tags: , , ,  | 1 Reactie
7 februari 2010 

Deze post is eerder verschenen als column op Sevendays.nl

Deze week was er een klein relletje rond twee kamerleden van de PvdA die de gemeenteraadsverkiezingen wilden verplaatsen omdat het nu te koud is om de straten op te gaan. Als je er niks van hebt gehoord doordat je werd bedolven onder ander winternieuws, maakt dat niet uit. De kamerleden werden uitgelachen en de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen gingen weer in stilte verder. Inderdaad, net zo saai en kleurloos als daarvoor.

Een paar jaar geleden was ik in Brazilië en daar wordt zo’n campagne toch heel wat swingender gevierd. Auto’s werden gestopt door een heel campagneteam dat midden op de weg feest stond te vieren en als je er langs wilde werd je auto helemaal onder geplakt met stickers.
Iedereen die meedoet laat door wat muzikanten een eigen campagnelied maken dat ze vol trots de hele dag uit hun eigen auto laten schallen. De auto is natuurlijk helemaal in stijl beplakt met een grote foto van de kandidaat zelf en om het af te maken wapperen er vlaggen in de partijkleuren uit de ramen.

Ter vergelijking: In Nederland zijn de partijen nu niet verder gekomen dan het maken van tenenkrommende carnavalshits waar je zelfs niet op kan feesten als je écht ladderzat bent. Geen wonder dat die verkiezingen hier nog niet leven. Nou, is het weer hier wat minder dan in Brazilië, maar als je goed campagne wilt voeren laat je je toch niet tegenhouden door wat vorst.
Ik stel dus voor om wat verder te gaan dan een ballonvaart of het uitdelen van koppen tomatensoep. Zet bijvoorbeeld eens een campagneteam op de A10 om tijdens een file met vlaggen en muziek wat swing in de ochtendspits te krijgen. Zelfs tegenstanders staan zo met een glimlach in de file.

Over the top? Misschien is dat juist nodig!

CCfoto by Panoptico

6 februari 2010 

Jonge modebloggers veroveren de wereld, of in ieder geval het tijdschriftenrekje hier thuis. Namen als Noa, Tavi en Esmee zijn de toekomst van de mode en achter de schermen zelfs al het heden.  Maar het blijft naar mijn mening wat stil aan de andere kant, waar zijn de bejaarde modebloggers?

Ik heb niks tegen de jonge modebloggers, maar het blijft toch vaak wat meer van hetzelfde. Wars van modegeboden en andere gebruiken zetten ze een eigen stijl in elkaar. Mode is vrijheid en je kunt nu ook t-shirts uit onze eigen modelijn kopen. Het is tijd voor wat tegengewicht. Wanneer staat de achternicht van Coco Chanel op die iedereen eens gaat vertellen hoe het moet?
We hebben bejaarde modebloggers nodig die niet samen zijn te vatten in ‘Wij bepalen de toekomst’, maar bloggen volgens het credo ‘Wij bepaalden het verleden en grijpen de laatste kans om dat nu ook nog te doen voordat Tavi ons zicht op de catwalk belemmerd met een hoge hoed.’
Zou het niet veel interessanter zijn om de mening van een modeblogger ,met de leeftijd van Karl Lagerfeld, naast die van jonge modebloggers neer te zetten? Clashes of the titans zijn niet per definitie slecht, of goed. Ze leveren echter vaak wel interessante dingen op.

We zullen immers toch vooruit moeten gaan denken. Als de vergrijzing nog verder doorgaat is de markt voor scheldende bejaarde vaders en blogs die gaan over het leven in de afgelopen 90 jaar al snel verzadigd. Modeblogs van ouderen zijn nog een gat in de markt, grijp die kans!

CCfoto by pricca

Categorie: Blog | Tags: , , , ,  | Geen Reacties
1 februari 2010 

Ze voelen zich genegeerd sinds het begin van de crisis, de betere effectenbankiers. Binnen de bankenwereld hoorden ze eigenlijk al een beetje bij de verliezers. Ze hadden immers niet de grootste bonus weg kunnen snaaien bij hun werkgever en dronken nog steeds Nespresso terwijl de rest aan frappuccino’s zat te lurken tijdens het handelen.

Toen ze zich toch vermanden en met een ernstig gezicht om versgemaalde Italiaanse dark roast vroegen, was Lehman Brothers net omgevallen. De bank kon bezuinigen en de betere effectenbankiers vlogen eruit, de winnaars van voor de crisis bleven buiten schot. Hoe ze dat is gelukt? Ze gebruikten dezelfde sluwheid als ten tijde van het binnen hengelen van de bonus.

Daar zaten ze dan, werkloos op de bank. De crisis raakte ook de samenleving en opeens viel het toch op. De betere ex-effectenbankier werd genegeerd. De buren leenden ergens anders suiker, kinderen uit de buurt verkochten geen kinderpostzegels meer aan hem. Maar het werd helemaal duidelijk toen om voetbalplaatjes bedelende kinderen gillend wegrenden bij de aanblik van hem, de ex-bankier. Bij de Albert Heijn kreeg hij trouwens ook al geen airmiles meer.

Van verliezer van kantoor was hij met zijn collega’s afgezakt naar een nieuwe erepositie: verliezers van de samenleving. Mensen waar zelfs Marcel van Dam geen slaatje uit zou willen slaan.

Zo moet Wim Kok zich onderhand ook voelen. Natuurlijk, hij heeft in de politiek een mooie carriëre gehad en het salaris van een commissariaat bij ING is zeker niet bescheiden te noemen. Maar de commissarissen horen toch wel samen met de pinautomaten en de betere effectenbankiers tot de verliezers van het bedrijf, gezien vanaf het oogpunt van de gehaaidere exemplaren der bankiers.

Wat de verliezers bindt is dat ze weliswaar wel macht hebben, maar daarvoor een klein salaris ontvangen. Jammer dat ze worden afgestraft voor een crisis die ze misschien niet eens zelf hebben veroorzaakt, maar in alle naïviteit niet hebben tegengehouden.

Nu is de vraag of we de betere effectenbankier en zijn vrienden hun naïviteit moeten vergeven. Ja,  gun ze het gevoel geplet te worden door kleine jochies bij de Albert Heijn. Bankiers zijn immers ook mensen!

Wim Kok trouwens ook.

CCfoto by basheertome

30 januari 2010 

Als studente in Brazilië begon ze met een studie geneeskunde, na vele omzwervingen belandde Geovanini Morais Barros uiteindelijk in Arnhem, waar ze zich als zelfstandig kunstenaar bezighoudt met het maken van installaties.  ‘Ik ben opgegroeid op een plek met weinig regels en weinig geschiedenis. Dat geeft vrijheid in wat je maakt.’

Wilde u vroeger al kunstenaar worden?
‘Ik had er wel trekjes van, maar ik wist niet direct dat ik kunstenaar wilde worden worden. Ik had toen ook die nieuwsgierigheid en mijn liefde voor tekenen. Maar in mijn omgeving waren alleen andere beroepen. Ik kende geen kunstenaar, dus ik wist niet wat het inhield. Na een aantal studies ben ik pas kunst gaan studeren.’

Wanneer kwam het moment dat u dacht ‘die studie die ik heb gekozen is niet de goede richting, ik wil kunstenaar worden!’
‘Dat is een hele lange zoektocht. Mijn moeder had als hobby’s dingen als schilderen en ik dacht dat doe ik er dan bij. Maar in Brazilië is het onderwijs toch anders, je kiest in de voorbereiding naar de universiteit toe al wat je wil worden. Ik wou architectuur studeren, maar ik ben dat toch niet gaan doen omdat ik al was ingeloot bij geneeskunde. Na een jaar ben ik daarmee gestopt, want ik zat tijdens de lessen steeds te tekenen.
Ik wilde iets creatievers doen. Toen ben ik communicatie gaan studeren. Je werkt er veel met film en tekent aan onder andere lettertypes. Maar ook dat vond ik niet creatief genoeg, ik ben na drie jaar daar ook mee gestopt en daarna naar Nederland gegaan.’

U heeft veel verschillende studies gedaan, heeft elke studie ook een plek gekregen in hoe u werkt?
‘Ja, dat is vooral de onderzoekskant. De meeste kunstenaars zijn meer van Craft, het handwerk en de techniek. Ik zoek in boeken én vele anderen bronnen voor inspiratie, dat is wat ik aan mijn geneeskunde studie heb overgehouden en communicatie heeft absoluut een plek gekregen omdat het daar net zoals bij kunst gaat om het vertellen van een verhaal.’

Onderscheidt dat u van andere kunstenaars?
‘Misschien wel, omdat mijn werk sterk is onderbouwd met een verhaal. Om dat te versterken wil ik nog verder met een nieuwe studie. Ik wil ooit nog eens filosofie gaan doen, omdat ik denk dat in de kunst van vandaag het denken nog extra waarneembaar moet worden gemaakt.’

Waar haalt u naast de studies die u heeft gedaan nog meer de inspiratie voor je werk?
‘Dat kan van alles zijn. Zoals een vraagstuk dat ik heb, bijvoorbeeld een problematiek in de kunst of de kunstgeschiedenis. Omdat ik toch wil meedoen in de kunstgeschiedenis en er onderdeel van wil zijn. Ik ben ook bezig met wat andere kunstenaars tot mijn tijd hebben gedaan en verder haal ik inspiratie uit boeken die ik lees en verdere dingen die ik tegenkom…’

Samengevat zou ik kunnen zeggen dat het leven uw grootste inspiratiebron is?
‘Ja en nee.’

Tot op een zekere hoogte.
‘Tja, wel omdat ik een individu ben en mijn beroep kunstenaar is. Dus als het om de mens erachter gaat… Het is mijn leven en daarmee natuurlijk ook een inspiratiebron.’

Is uw Braziliaanse afkomst van invloed op uw werk?
‘Zeker, hoewel ik al 14 jaar in Nederland ben en me ook inspireer door Europese kunst ben ik ook van een nieuwe cultuur die niet perse vast zit aan eeuwen Europese kunstgeschiedenis met figuratief werk, olieverf etcetera, maar meer interesse heeft in de popcultuur en popart, waarin de kunst zich laat inspireren door reclame, mode en films. Ik denk dat ik meer dan mijn Europese collega’s daardoor geïnspireerd ben doordat ik een andere kunsttraditie ken en een andere achtergrond heb.’

Zit er zoals de Brazilianen zelf zeggen Ginga in uw werk?
Ja, vooral het moderne ervan. Ik ben opgegroeid op een plek met weinig regels en een geringe geschiedenis. Dat geeft vrijheid in wat je maakt. Verder zijn er veel dingen anders in Brazilië, de kleuren, geluid, zonlicht. Dat maakt hoe dan ook een verschil.



Toen ik binnenkwam was het moeilijk om de verbondenheid tussen deze dingen te zien.
‘De Craft zit er nog niet in en daardoor lijkt het nu nog vrij simpel. Maar er is wel diep over nagedacht. Ik denk eerst heel veel en daarna maak ik het.’

Ze haalt uit een kast een aantal boekjes met tekeningen en vertelt dat als ze een idee heeft voor een werk, ze altijd eerst begint met het maken van een beeldverhaal om het daarna om te zetten in een installatie.

Heeft u weleens dat als u zo’n verhaal om wil zetten naar installatie, dat het toch niet uitkomt als u had gedacht?
‘Nee, ik begin meestal met het tekenen van een boekje en als ik dan de (creatieve)ruimte niet heb om het te realiseren, maak ik het niet.’

Is het voorgekomen dat u in een vlaag van inspiratie een ongerealiseerd boekje uit de kast pakt en het dan wél gaat maken?
‘Het is dan over. Werk dat ik in de toekomst maak is dan ook compleet anders, het komt niet meer terug.’

Zouden we een boekje mogen zien waaruit een van de werken die in dit atelier staan is voortgekomen?
‘Nee, op dit moment niet. Ik ben er nog teveel mee bezig en de inhoud is nog erg persoonlijk.’

Wat vinden toeschouwers van uw werk?
‘Een mening is natuurlijk heel persoonlijk, maar ik heb zelf nooit negatieve reacties gehad op mijn werk.’

Heeft u werk dat u niet zou willen verkopen?
‘Dat ik niet zou willen verkopen? Het moeilijke van mijn werk is dat het ruimtelijk is en dus niet zo makkelijk te verplaatsen is als tekeningen en schilderijen. Maar als ik klaar ben met een werk is het in principe altijd te koop.’

Hoeveel verdient u met de verkoop van uw werk?
‘Dat is moeilijk te zeggen. Ik zeg het liever niet omdat het zo verschillend is, omdat ik met zoveel verschillende middelen werk. Een tekening heeft een andere prijs dan een film. Ik verkoop niet zomaar een product, ik ben meer een cultureel ondernemer. Hoe valt dat te zeggen…  Het valt te vergelijken met een theater waar je betaalt om de voorstelling, een soort installatie, te zien en te ervaren.’

Waar heeft u zoal geëxposeerd?
‘Ik heb geëxposeerd in verschillende galeries in Arnhem en Nijmegen, bij Artez en in Brazilië.’

Is er een plek waar u nog eens zou willen exposeren?
‘Ik zou graag weer eens willen exposeren in Brazilië en eigenlijk ook wel in een bibliotheek. Het boek als kunstvorm lijkt me erg interessant.’

Wat maakt juist een bibliotheek zo bijzonder dat het een van uw droomplekken is om te exposeren?
‘Nou, niet echt een droomplek. Als ik in een stad ben ga ik altijd eerst uit gewoonte naar de bibliotheek. Verder verandert de bibliotheek van rol in de afgelopen jaren en is het nog de vraag of er over 50 jaar nog boeken staan. Vroeger kwam je er alleen naartoe als je er wat wilde lezen, nu verschuift het langzaam naar een plek waar cultuur samenkomt. Zoals kunst. De inrichting is echter nog erg gericht op die oude rol en het lijkt mij erg interessant om iets nieuws daarvoor te bedenken.’

De kunstwereld wordt weleens hard genoemd, wat vindt u daarvan?
‘Het is een heel apart wereldje. Beeldende kunstenaars werken vaak alleen en om binnen die wereld te komen is erg moeilijk. Het is inderdaad hard en vaak de vraag of het je lukt om er binnen te komen.’

Geovanini Morais Barros is online onder andere te vinden op Linkedin

Fotocredits: Wijken voor kunst
25 januari 2010 

Ongeveer een halfjaar geleden had ik het over de nieuwe kleuren van de bussen hier in het Arnhemse, nadat de Gelderlander meldde dat de eerste ontwerpen waren uitgelekt en er verder eigenlijk niet veel meer bekend was dan de kleur roze in combinatie met een nieuwe naam BRENG.

Vandaag kwam er een reactie van Stefan op mijn geklaag over de kleuren, het geld dat die nieuwe huisstijl moet hebben gekost en dergelijke. Ik vind de reactie zelf interessant genoeg om in een nieuwe post door te nemen, aangezien het hier gaat om een aantal correcties en aanvullingen op mijn post.

”Novio en Hermes zijn allebei van Connexxion. En nu worden deze drie bedrijven samengevoegd.”
1. Deze die bedrijven zijn nooit samengevoegd. Hermes is een dochteronderneming van Connexxion en verdwijnt alleen uit de regio Nijmegen en rijdt nog wel in Eindhoven. Ook Novio is een dochteronderneming maar wordt ook niet samengevoegd met Connexxion. Beide bedrijven hebben in het contract de eis gesteld om als zelfstandig bedrijf verder te gaan.

Dit is juist, aangezien ik dit schrijf vanuit Arnhems perspectief blijft de Nijmeegse kant van de zaak onderbelicht. Op dit punt is het dus inderdaad fout dat Hermès en Novio zijn gefuseerd. Wel was ten tijde van het schrijven nog geen persbericht uitgegaan van de nieuwe constructie van de busbedrijven in de regio Arnhem-Nijmegen.

”Gewoon al die nieuwe bussen in de Connexxion kleuren spuiten en klaar.”
De bussen kunnen dus niet in de Connexxion kleuren worden gespoten want het bedrijf dat in deze regio rijdt is Novio en niet Connexxion.

Wederom is dit vanuit Arnhems perspectief, aangezien Novio hier niet rijdt met uitzondering van een lijn tussen Arnhem & Nijmegen lijkt met deze zinsnede dan ook weinig mis.

”Pure marteling voor ieders ogen en het kost ook nog eens extra geld. Want nu moeten die oude bussen ook nog eens roze worden gespoten!”
2: Omdat bijna alle bussen nieuw zijn hoeft er niks overgespoten worden. In de regio Nijmegen zijn slecht 9 bussen van Hermes gebleven en deze zijn bestickerd om de kosten laag te houden.
Verder is Breng een concept dat is opgekocht door de stadregio, dus grote kans dat dit concept ook door de volgende vervoerder (over 3 jaar dus) moet worden gebruikt, dus hoeft er niks overgespoten te worden.

Hier wreekt zich andermaal de tijd waarop mijn post is geschreven, de exacte eisen van de aanbesteding en de beloften die hierbij zijn gedaan, naar ik weet waren dat aardgasbussen voor Nijmegen en nieuwe trolley’s voor Arnhem, zijn ruim na publicatie van mijn post naar buiten gekomen.

In Arnhem rijden nog de oude bussen die nu wit/blauw zijn overgespoten en waar vervolgens een BRENG logo overheen is geplakt. Het meubilair is echter nog Connexxion groen. De Trolley’s lijken wel te zijn beplakt met stickers, maar die staan dan ook al jaren op de nominatie om te worden vervangen.

Dat de kleurstelling in Arnhem blauw/wit zou worden en in Nijmegen Giro d’Italia roze/wit in tegenstelling tot alle bussen in het roze/wit was ook niet bekend bij publicatie van deze post. Waarschijnlijk heeft dit bij jou gezorgd voor enige verwarring, aangezien je vooral spreekt over Novio en de Nijmeegse kant van dit onderwerp.

De aanvulling over de Stadsregio die BRENG zogezegd in bruikleen geeft aan een vervoerder was ten tijde van publicatie niet bekend, dank voor het vermelden.

”[...]‘er wordt een of ander bureau in gehuurd met het fantastische idee er gewoon een hele nieuwe naam tegenaan te gooien “BRENG”.”
3: Novio gaat rijden in de regio Nijmegen, maar dus ook in de regio Arnhem, dan kan je dus niet de naam Novio gebruiken, want de heeft verder helemaal niks met Arnhem te maken. Daarom is er een nieuw concept bedacht. En deze keer hebben ze tenminste wat frisse kleuren gepakt. Geen Connexxion groen, dat doet echt denken aan legervervoer.
Het is juist een goede stap: deze kleuren maken een heel groot onderscheid met alle andere bussen die ergens in het land rijden. Iedereen moet gelijk denken: ‘roze bus? Nijmegen’.

Hier loopt het wat stroef, Connexxion trekt zich dus terug uit de regio Arnhem/Nijmegen net zoals Hermès en het busvervoer wordt nu verzorgd door het voormalige Novio thans BRENG. Bedoel je hiermee dat de Arnhemse tak van Connexxion nu feitelijk onderdeel is van Novio, of zie ik dat verkeerd?

Wat betreft de kleuren is het natuurlijk persoonlijk. Het Connexxion groen verdiende geen schoonheidsprijs, maar de wit/blauwe en wit/roze bussen zijn naar mijn mening toch echt lelijker. Zeker met dit weer, als de bus schuilgaat onder een dikke laag pekelprut.

Stefan, bedankt voor je reactie. Ik heb de aanvullingen erg gewaardeerd en ik hoop dat mijn antwoord op jouw reactie voldoende is.

CCfoto by marketingfacts

Categorie: Blog | Tags: , , , , ,  | 1 Reactie
24 januari 2010 

Deze post is eerder verschenen als column op Sevendays.nl

Op de een of andere manier krijgen ze het voor elkaar om altijd precies te gaan bellen wanneer je net begint met eten, gaat het dan altijd om een aanbieding voor een product waar je werkelijk niks aan hebt en kost het flink wat tijd om op een nette manier het gesprek af te sluiten zonder de telefoon op de hoorn te smijten uit frustratie.

Telemarketeers zijn niet de meest geliefde mensen, ook bij mij niet. Maar sinds de invoering van het bel-me-niet register is het probleem opgelost. Als je wilt kun je je in een klik voor de rest van je leven bevrijden van ongewenste telefoontjes tijdens etenstijd. De vraag is echter, wil ik dat eigenlijk wel?

Ik heb er wel aan gedacht, heel vaak zelfs. Ik stond al op het punt om mezelf eens in dat register te gaan zetten, maar er kwamen toen gelijk wat spookbeelden in me op. Hoe zal het verder gaan met de mensen die als bijbaantje in een callcenter gaan zitten wanneer niemand meer gebeld wilt worden? Hoe moeten tijdschriften in nood nou proefabonnementen aan mij verkopen?

Op dit moment is het nog geen groot probleem, maar als iedereen zich in gaat schrijven bij het bel-me-niet register sterft er een hele bedrijfstak uit. Duizenden mensen zullen hun baan verliezen, vele bedrijven zullen omvallen. Het is nog net geen kredietcrisis, maar het is niet echt prettig nu de economie net weer wat herstelt.

Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Het is tijd voor een bel-me-wel register voordat het te laat is. Het lot van de telemarketeers ligt namelijk in onze handen. Bekijk het dus van de positieve kant: Een gezellig gesprek met een vreemde, soms een mooie aanbieding en je helpt ook nog eens de economie.

Het nadeel dat ze meestal wat ongelegen bellen is te verwaarlozen, is het niet?

CCfoto by sparktography