Na dagen opwarmen ben ik er klaar voor. Het enige echte koningsnummer voor Nederland op de spelen komt er nu eindelijk aan, na al die uren van vooruitblikken, gokken en analyseren is het dan toch tijd. Mart leidt het nog even in en dan kunnen we gaan.
Het voelt heel zen om zo’n lange tijd al die aanmoedigingen langs je oren te laten glijden terwijl je de tijden meeschrijft. De eerste paar minuten voelt het snel en gaat het prima, makkelijker dan gedacht. Ik ga er nog even goed voor zitten terwijl er een hels kabaal uit de tv komt.
Nu de eerste minuten zijn geweest voel ik de verzuring al komen. Er gaat een zak chips open en de tijd tikt verder weg. De tv heeft het nog over Ben Cramer en gouden medailles, maar ik kijk nog dapper door. Een nieuw record, dat is het doel.
Uiteindelijk kan ik dit ook niet volhouden. De commercials over bobsleeën, loterijen en oranje wanten werken als zoutzuur op mijn ogen. Ik probeer nog wat kracht eruit te persen en met moeite sleep ik mij tot het einde. Met open mond nader ik de finish en voel ik weer wat anders dan zuur.
Net voor het einde wordt ik neergesabeld door het typische commentaar van Mart Smeets dat door de kamer schalt, terwijl Ria Visser zijn hand probeert vast te houden als ondoorzichtige flirtpoging. ‘As we talk…’ is voor mij de laatste klap. Het einde net niet gehaald, ik zap door naar de skicross op eurosport.
Zware kost, zo’n dweilpauze.

