30 januari 2010 | Gepost door Joca

Als studente in Brazilië begon ze met een studie geneeskunde, na vele omzwervingen belandde Geovanini Morais Barros uiteindelijk in Arnhem, waar ze zich als zelfstandig kunstenaar bezighoudt met het maken van installaties.  ‘Ik ben opgegroeid op een plek met weinig regels en weinig geschiedenis. Dat geeft vrijheid in wat je maakt.’

Wilde u vroeger al kunstenaar worden?
‘Ik had er wel trekjes van, maar ik wist niet direct dat ik kunstenaar wilde worden worden. Ik had toen ook die nieuwsgierigheid en mijn liefde voor tekenen. Maar in mijn omgeving waren alleen andere beroepen. Ik kende geen kunstenaar, dus ik wist niet wat het inhield. Na een aantal studies ben ik pas kunst gaan studeren.’

Wanneer kwam het moment dat u dacht ‘die studie die ik heb gekozen is niet de goede richting, ik wil kunstenaar worden!’
‘Dat is een hele lange zoektocht. Mijn moeder had als hobby’s dingen als schilderen en ik dacht dat doe ik er dan bij. Maar in Brazilië is het onderwijs toch anders, je kiest in de voorbereiding naar de universiteit toe al wat je wil worden. Ik wou architectuur studeren, maar ik ben dat toch niet gaan doen omdat ik al was ingeloot bij geneeskunde. Na een jaar ben ik daarmee gestopt, want ik zat tijdens de lessen steeds te tekenen.
Ik wilde iets creatievers doen. Toen ben ik communicatie gaan studeren. Je werkt er veel met film en tekent aan onder andere lettertypes. Maar ook dat vond ik niet creatief genoeg, ik ben na drie jaar daar ook mee gestopt en daarna naar Nederland gegaan.’

U heeft veel verschillende studies gedaan, heeft elke studie ook een plek gekregen in hoe u werkt?
‘Ja, dat is vooral de onderzoekskant. De meeste kunstenaars zijn meer van Craft, het handwerk en de techniek. Ik zoek in boeken én vele anderen bronnen voor inspiratie, dat is wat ik aan mijn geneeskunde studie heb overgehouden en communicatie heeft absoluut een plek gekregen omdat het daar net zoals bij kunst gaat om het vertellen van een verhaal.’

Onderscheidt dat u van andere kunstenaars?
‘Misschien wel, omdat mijn werk sterk is onderbouwd met een verhaal. Om dat te versterken wil ik nog verder met een nieuwe studie. Ik wil ooit nog eens filosofie gaan doen, omdat ik denk dat in de kunst van vandaag het denken nog extra waarneembaar moet worden gemaakt.’

Waar haalt u naast de studies die u heeft gedaan nog meer de inspiratie voor je werk?
‘Dat kan van alles zijn. Zoals een vraagstuk dat ik heb, bijvoorbeeld een problematiek in de kunst of de kunstgeschiedenis. Omdat ik toch wil meedoen in de kunstgeschiedenis en er onderdeel van wil zijn. Ik ben ook bezig met wat andere kunstenaars tot mijn tijd hebben gedaan en verder haal ik inspiratie uit boeken die ik lees en verdere dingen die ik tegenkom…’

Samengevat zou ik kunnen zeggen dat het leven uw grootste inspiratiebron is?
‘Ja en nee.’

Tot op een zekere hoogte.
‘Tja, wel omdat ik een individu ben en mijn beroep kunstenaar is. Dus als het om de mens erachter gaat… Het is mijn leven en daarmee natuurlijk ook een inspiratiebron.’

Is uw Braziliaanse afkomst van invloed op uw werk?
‘Zeker, hoewel ik al 14 jaar in Nederland ben en me ook inspireer door Europese kunst ben ik ook van een nieuwe cultuur die niet perse vast zit aan eeuwen Europese kunstgeschiedenis met figuratief werk, olieverf etcetera, maar meer interesse heeft in de popcultuur en popart, waarin de kunst zich laat inspireren door reclame, mode en films. Ik denk dat ik meer dan mijn Europese collega’s daardoor geïnspireerd ben doordat ik een andere kunsttraditie ken en een andere achtergrond heb.’

Zit er zoals de Brazilianen zelf zeggen Ginga in uw werk?
Ja, vooral het moderne ervan. Ik ben opgegroeid op een plek met weinig regels en een geringe geschiedenis. Dat geeft vrijheid in wat je maakt. Verder zijn er veel dingen anders in Brazilië, de kleuren, geluid, zonlicht. Dat maakt hoe dan ook een verschil.



Toen ik binnenkwam was het moeilijk om de verbondenheid tussen deze dingen te zien.
‘De Craft zit er nog niet in en daardoor lijkt het nu nog vrij simpel. Maar er is wel diep over nagedacht. Ik denk eerst heel veel en daarna maak ik het.’

Ze haalt uit een kast een aantal boekjes met tekeningen en vertelt dat als ze een idee heeft voor een werk, ze altijd eerst begint met het maken van een beeldverhaal om het daarna om te zetten in een installatie.

Heeft u weleens dat als u zo’n verhaal om wil zetten naar installatie, dat het toch niet uitkomt als u had gedacht?
‘Nee, ik begin meestal met het tekenen van een boekje en als ik dan de (creatieve)ruimte niet heb om het te realiseren, maak ik het niet.’

Is het voorgekomen dat u in een vlaag van inspiratie een ongerealiseerd boekje uit de kast pakt en het dan wél gaat maken?
‘Het is dan over. Werk dat ik in de toekomst maak is dan ook compleet anders, het komt niet meer terug.’

Zouden we een boekje mogen zien waaruit een van de werken die in dit atelier staan is voortgekomen?
‘Nee, op dit moment niet. Ik ben er nog teveel mee bezig en de inhoud is nog erg persoonlijk.’

Wat vinden toeschouwers van uw werk?
‘Een mening is natuurlijk heel persoonlijk, maar ik heb zelf nooit negatieve reacties gehad op mijn werk.’

Heeft u werk dat u niet zou willen verkopen?
‘Dat ik niet zou willen verkopen? Het moeilijke van mijn werk is dat het ruimtelijk is en dus niet zo makkelijk te verplaatsen is als tekeningen en schilderijen. Maar als ik klaar ben met een werk is het in principe altijd te koop.’

Hoeveel verdient u met de verkoop van uw werk?
‘Dat is moeilijk te zeggen. Ik zeg het liever niet omdat het zo verschillend is, omdat ik met zoveel verschillende middelen werk. Een tekening heeft een andere prijs dan een film. Ik verkoop niet zomaar een product, ik ben meer een cultureel ondernemer. Hoe valt dat te zeggen…  Het valt te vergelijken met een theater waar je betaalt om de voorstelling, een soort installatie, te zien en te ervaren.’

Waar heeft u zoal geëxposeerd?
‘Ik heb geëxposeerd in verschillende galeries in Arnhem en Nijmegen, bij Artez en in Brazilië.’

Is er een plek waar u nog eens zou willen exposeren?
‘Ik zou graag weer eens willen exposeren in Brazilië en eigenlijk ook wel in een bibliotheek. Het boek als kunstvorm lijkt me erg interessant.’

Wat maakt juist een bibliotheek zo bijzonder dat het een van uw droomplekken is om te exposeren?
‘Nou, niet echt een droomplek. Als ik in een stad ben ga ik altijd eerst uit gewoonte naar de bibliotheek. Verder verandert de bibliotheek van rol in de afgelopen jaren en is het nog de vraag of er over 50 jaar nog boeken staan. Vroeger kwam je er alleen naartoe als je er wat wilde lezen, nu verschuift het langzaam naar een plek waar cultuur samenkomt. Zoals kunst. De inrichting is echter nog erg gericht op die oude rol en het lijkt mij erg interessant om iets nieuws daarvoor te bedenken.’

De kunstwereld wordt weleens hard genoemd, wat vindt u daarvan?
‘Het is een heel apart wereldje. Beeldende kunstenaars werken vaak alleen en om binnen die wereld te komen is erg moeilijk. Het is inderdaad hard en vaak de vraag of het je lukt om er binnen te komen.’

Geovanini Morais Barros is online onder andere te vinden op Linkedin

Fotocredits: Wijken voor kunst
Eén reactie op “‘Dat maakt hoe dan ook een verschil’”
Jur
Date 31.01.2010

Hopelijk is jullie presentatie van dit interview niet precies hetzelfde,
want dan heb ik het al gelezen ;)

Reageren op dit bericht