Met het gure weer van de afgelopen tijd viel er moeilijk te voetballen. Grasvelden bevroren, ontdooiden weer en veranderden in levensgevaarlijk drijfzand. De dag daarna kwam er dan weer een bak regen over heen en je kreeg een moeras aan huis. Maar vandaag, eindelijk, ging het voetballen weer door!
Toen het nog vroor kon ik aan niks anders dan schaatsen denken, maar als het dan dooit gaat het toch weer eens opspelen: Is het lekker weer? Zijn de velden niet half bevoren? En de eerste keer ging ik vrolijk op mijn fiets naar de club. Maar er was niemand…
Korte tijd van tevoren waren de velden weer afgekeurd. De vorst zat er nog iets te veel in en de gemeente verbood het spelen op kunstgras. Nou, lekker. En ik fietste wat minder vrolijk terug. Zou het dan Zaterdag kunnen? De volgende dag bleef het aan een stuk storten. De velden waren weer afgekeurd, een moeras was nog droger.
De week daarna ging ik weer. Het was rotweer, maar de rest van het team was er wel. Alleen had de trainer 1 ding gezegd: “Jongens, met minder dan 6 man gaan we niet trainen vandaag” En na lange tijd wachten waren er maar 5 gekomen. Weer voor niks heen en weer gefietst.
Maar vandaag viel alles op z’n plaats. De velden waren bespeelbaar, er waren genoeg mensen en het weer was koud, maar wel droog. De ballen werden gepakt, klaar om weer eens op het doel geschoten te worden.
De 2e seizoenshelft was eindelijk voor mij begonnen.

